Merel de Ridder wil graag een baantje, en ziet een advertentie in de krant staan voor een stalhulp op manege 'De Paardenhoeve'. Omdat Merel paarden helemaal geweldig vind, wil ze dit baantje heel graag, maar haar vader, Tijs, verbiedt Merel om daar te gaan werken. Sinds de dood van Merel's moeder, haat Tijs paarden, en moet hij niets van die beesten weten. Eerst twijfelt Merel, maar uiteindelijk gaat ze toch naar die manege toe om te solliciteren. Ze wordt aangenomen, maar haar vader mag hier niets van te weten komen, want dan kan Merel het wel vergeten.
Zes mannen die onterecht zijn ontslagen, besluiten wraak te nemen en vormen een onervaren bende om de vrachtwagens van hun oude transportbedrijf te beroven. Maar wat ze negeren is dat de nieuwe eigenaar een van de gevaarlijkste gangsters van heel Zuid-Amerika is.
De vier vrienden, Emma, Lore, Gamil en Robin hebben heel veel met elkaar gemeen, maar zijn ook heel verschillend. Samen met hun families beleven ze heel veel plezier, maar worden ze ook geconfronteerd met moeilijke momenten, problemen en tegenslagen.